donderdag 29 december 2011

Joegoslavië: Korneel De Rynck, De tuin van Tito.

Korneel De Rynck, De tuin van Tito. Een reis langs de spoorlijn Belgrado - Sarajevo. Foto's Frederik Buyckx. EPO, 2011.

Het was in ons taalgebied even wachten op een eerste panoramisch boek over ex-Joegoslavië dat een huidige stand van zaken presenteert. Ja, er waren sporadisch journalistieke reportages, er zijn de blogs en er zijn tijdschriften als het onvolprezen Donau, die de vinger aan de pols houden bij de actuele gebeurtenissen en evoluties in de Balkan. Maar sinds de academische maar goed te verteren boeken van professor Raymond Detrez uit de jaren '90 en Stefan Blommaerts laatste Balkanboek De ondergang van Slobodan Milošević (2003) is er zo goed als niets substantieels over de regio verschenen. (Laten we echter Johan de Boose niet vergeten!)

Nu is er dan het boek van de jonge historicus Korneel De Rynck die naar aanleiding van de heropening van de treinverbinding Belgrado-Sarajevo ter plaatse ging om een huidige stand van zaken op te maken. Op 13 december 2009 werd namelijk de oude, Joegoslavische spoorlijn die de huidige Servische hoofdstad verbindt met de Bosnische hoofdstad opnieuw in dienst genomen, nadat die begin jaren negentig door de oorlog was afgeschaft. Er is veel veranderd en de rit is bijwijlen een surrealistische ervaring. De Rynck (p.13):

"De rit gaat niet meer door één land, maar door drie verschillende: Servië, Kroatië en Bosnië. (...) Eén treinstel, de restauratiewagon, wordt geleverd door de Servische spoorwegen, één passagierswagon komt van de spoorwegmaatschappij van de Bosnische Republika Srpska, de andere van de Federatie van moslims en Kroaten. Een Servische locomotief rijdt tot de Kroatische grens, waar de Kroaten het overnemen tot aan de grens met Bosnië. Daar hangt de Republika Srpska, de eerste deelstaat van Bosnië, haar motor aan de wagons. Midden in Bosnië, in Doboj, op de overgang naar de Federatie, wordt er een locomotief van de Kroaten en moslims aangekoppeld (...) Roken op de trein mag in Servië en Bosnië maar is strafbaar in Kroatië. Telkens komen nieuwe conducteurs de trein op (...) Het gevolg: de reis duurt vandaag geen zes maar negen uur. Een achteruitgang in een tijd van snelheid en uniformisering."

De Rynck spoort mee door de drie landen, praat met de medereizigers en stapt op verschillende plaatsen uit om de temperatuur te meten. Maar niet voordat hij de lezer eerst een uitgebreide les Yu-geschiedenis geeft. Daardoor valt het boek eigenlijk uiteen in twee grote delen: een historisch overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen en protagonisten die uiteindelijk leidden tot de oorlogen van de jaren negentig en vervolgens de ontmoetingen onderweg met kleine en grote mensen (de vorige Kroatische president Stjepan Mesić, een oud-adviseur van wijlen Slobodan Milošević, Tito's kleindochter Svetlana) ter plaatse. In het eerste deel is vooral de lezer De Rynck aan het woord (zie daarvoor de uitgebreide bibliografie achteraan het boek), in het tweede deel luistert de journalist naar de lokale inwoners.

De verkenningen van de plaatsen waar de Rynck halt houdt blijven oppervlakkig (zie vooral vertrekplaats Belgrado) maar ze geven de lezer wel uiteenlopende snuifjes lokale sfeer, zoals het multi-etnische mozaïek dat de Vojvodina is of Novi Sad in tijden van vallende Navo-bommen (in 1999; "alsof Gent onder Navo-vuur zou liggen", schrijft De Rynck die zich opvallend goed thuis voelt in dit Servische Athene van het noorden) of het Kroatische Vukovar dat nog deels in puin ligt (en blijkbaar hetzelfde puin van bij mijn bezoek aan de stad in 2005!).

De Ryncks gesprekken met de inwoners van de Bosnische steden Doboj, Tuzla, Travnik illustreren de actuele discussies over de kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen (met als extreemste voorbeeld een gescheiden crèche in Vukovar, waar Servische en Kroatische baby's niet samen mogen spelen), over de problematische opvang van de oorlogsvluchtelingen, over de (geringe) invloed van de islamextremisten (de Wahabieten), over Joegoslavisme en nationalisme. Een van de concluderende observaties is dat er niet zozeer sprake is van haat tegenover de Ander, wel van een segregatie in de maatschappij: er wordt niet mét, maar naast elkaar geleefd.

Op het einde van zijn reis, die begon met een bezoek aan het graf van Tito in Belgrado, maakt De Rynck de cirkel mooi rond door in Sarajevo op bezoek te gaan bij Tito's kleindochter Svetlana Broz. Ze is een erg geëngageerde vrouw die middels een ngo jongeren burgerschap aanleert, op de gevaren van het nationalisme wijst en democratische waarden promoot, daarbij niet gehinderd door haar nostalgie naar het oude Joegoslavië.

Dat het boek dit jaar verschijnt is geen toeval. Het is namelijk twintig jaar geleden dat met de onafhankelijkheidsverklaringen van Slovenië en Kroatië in juni 1991 de Joegoslavische successieoorlogen begonnen. De landelijke pers onthaalde het boek erg positief (zie daarvoor De Rynck).

Er komt hier en daar echter ook kritiek op het boek ("een gemiste kans"), o.m. op deze blog (zie eerdere berichten), maar het boek is wat het is, me dunkt. Wie de regio wil ontdekken en wil (her-)lezen over hoe het misliep in de jaren negentig en wat de gevolgen daarvan zijn vandaag de dag, die vindt bij De Rynck zijn gading. Voor de Balkanliefhebbers onder ons blijft het wachten op een boek dat de stereotypes eens aan de kant schuift, de obsessie voor de jaren negentig achterwege laat en een gepassioneerd verhaal biedt over de rijke cultuurgeschiedenis (beeldende kunst (Lepenski vir! de naïeven!), literatuur (de poëzie!), muziek (sevdalinka!), religie (de Bogomielen!)...) die al te vaak onbekend blijft in onze contreien. Iets voor 2012?

1 reacties:

Thomas zei

'k Ben bezig... geduld, geduld..